Dans / Performance

Honda Romance Vimala Pons

Burn-out performatif

Figure forte de la scène contemporaine, Vimala Pons ouvre l’année 2026 avec un spectacle déroutant, reflet du chaos et de l’énergie de nos sociétés. Très travaillé et porté par une intensité physique soutenue, ‘Honda Romance’ témoigne de l’engagement total des performeurs sur scène. Cet investissement se déploie à travers des décors impressionnants et des collaborations multiples, créant une émulation constante, captivante par sa profusion, mais qui laisse malgré tout une impression de déploiement plus que de concentration. (NL Vertaling onder)

Honda Romance
Lodie Kardouss Hallen van Schaarbeek, Brussel
14 januari 2026

Le rideau se lève sur une image monumentale. Une boîte de scène blanche éclairée aux néons abrite un satellite de télécommunication grandeur nature qui écrase Vimala Pons. Son personnage, Atlast, tente de se redresser, appelle à l’aide, puis parvient à porter seul l’énorme objet — bien une trentaine de kilos — sur sa tête, à la manière d’Atlas portant le monde sur ses épaules.

Cet exploit physique évoque l’effort de rester debout malgré le fardeau, transformant littéralement l’écrasement en persévérance. La scène, marquée par l’absurdité des échanges entre le satellite parlant et elle, installe l’univers du spectacle. Sa rythmique montre une certaine hésitation, accentuée par la durée, mais comme c’est le début, on accepte de ne pas savoir exactement où l’on est entraîné.

De l'équilibre physique au déséquilibre émotionnel

Le deuxième numéro place Vimala Pons dans un long monologue schizophrène, une sorte de one-woman-show où, toutes les vingt secondes, elle bascule du rire aux larmes, de la colère à d’autres émotions. Chaque phrase d’un de ses très nombreux personnages commence par la dernière syllabe de la précédente, donnant l’effet d’une comptine en roue libre ou, dans une lecture contemporaine, d’un ‘doom scrolling’ incarné. Voix, postures et états émotionnels se succèdent sans pause, créant une performance tendue.

Projetée d’un bout à l’autre du plateau par des tirs aléatoires de canons à air comprimé, elle subit une violence réelle qui met aussi le spectateur en état d’alerte. En arrière-plan, les compositions de Tsirihaka Harrivel, Fiona Monbet et Romain Louveau accompagnent son effort, transformant ses personnages en miroir d’une société épuisée, privée de sens commun et submergée par ses affects. Si l’exploit scénique impressionne, cette séquence me laisse encore interrogative sur le chemin que la pièce cherche à nous faire emprunter.

Clarté dans la répétition

Viennent ensuite les neuf chanteurs et chanteuses entrevus dans la première scène. Équipés d’une oreillette invisible, ils et elles chantent à capella, en unissons et en canons parfaitement synchronisés, sur une composition répétitive et épurée de Rebeka Warrior. Malgré la mélancolie des paroles, “Today I’ve experienced something that I hope to understand in a few days”, leurs chants apportent douceur et respiration.

Cette séquence repose sur des allers-retours chorégraphiés continus, rendus fluides par les pendrillons blancs en fond de scène, qui permettent aux performeurs d’apparaître et de disparaître sans interrompre le mouvement. De face, ils donnent à voir une attitude, une posture, une expression adressée au public ; lorsqu’ils se retournent pour repartir, leur dos révèle des accessoires jusque-là invisibles — un revolver, plus tard une cible, ou encore un doigt d’honneur — qui viennent déplacer et complexifier la lecture de la scène.

C’est dans ce va-et-vient que la musique trouve pleinement sa place. Par sa répétition et sa structure, elle rappelle l’écriture minimaliste d’un Philip Glass et accompagne avec justesse ce qui se joue visuellement, entre continuité apparente et mécanique révélée. Très chorégraphique et rythmée, cette troisième partie se distingue par la clarté de sa construction. La répétition, loin d’appauvrir le propos, renforce la densité et la précision de la pièce. 

On ressent la force du groupe, l’engagement sincère des artistes et l’intensité jusqu’au-boutiste de Vimala Pons. 

On ressent la force du groupe, l’engagement sincère des artistes et l’intensité jusqu’au-boutiste de Vimala Pons. Pourtant, l’heure et quart peut sembler longue, comme si l’énergie du désespoir, trop étirée, perdait de sa concentration et de son impact. Là où les deux premières parties accumulent des états, la dernière trouve une forme de justesse par sa construction même : la répétition y devient un outil de lecture plutôt qu’une surcharge.

’Honda Romance’ parle bien de multiplicité émotionnelle et de complexité psychique, de la coexistence de sensations, d’élans et de tensions hétérogènes, mais c’est lorsque cette matière est tenue, cadrée et assumée dans la durée que notre voyage affectif devient une véritable traversée — et que réapparaît, plus nettement, l’idée qu’il est encore possible de se relever, même sous le poids.


(NL Vertaling)

Performatieve burn-out

Vimala Pons, een belangrijke figuur in de hedendaagse scene, opent het jaar 2026 met een ontregelende voorstelling die de chaos en energie van onze samenleving weerspiegelt. Honda Romance is een uitgepuurde voorstelling met een aanhoudende fysieke intensiteit, die getuigt van de totale toewijding van de performers op het podium. Dat de inzet hoog is blijkt des te meer uit de indrukwekkende decors en de inbreng van vele artiesten. Het creëert een boeiende overdaad, maar finaal levert dat eerder een indruk van versnippering dan van concentratie op.

Als het doek opgaat onthult het een monumentaal beeld. Het podium, een gesloten witte, met TL buizen verlichte doos herbergt een levensgrote telecommunicatiesatelliet die Vimala Pons verplettert. Haar personage, Atlast, probeert zich op te richten, roept om hulp en slaagt er dan toch in om het enorme object – ruim dertig kilo – alleen op haar hoofd te torsen, zoals Atlas die de wereld op zijn schouders torst.

Deze krachttoer evoceert de kracht om overeind te blijven onder een grote last, zodat het beeld van verplettering omslaat in een beeld van doorzettingsvermogen. De scène, met zijn absurde woordenwisselingen tussen de sprekende satelliet en de performer, zet de toon voor de voorstelling. Het ritme vertoont een zekere aarzeling, die wordt geaccentueerd door de duur, maar aangezien dit nog maar het begin is, accepteren we dat we niet precies weten waarheen we worden geleid.

Fysieke balans versus emotionele instabiliteit

In het tweede nummer houdt Vimala Pons een lange schizofrene monoloog, een soort onewomanshow waarin ze om de twintig seconden overschakelt van lachen naar huilen, van woede naar andere emoties. Elke zin van haar talrijke personificaties begint met de laatste lettergreep van de vorige. Het werkt als een losgeslagen kinderrijm of, hedendaagser, als een belichaamde ‘doom scrolling’. Stemmen, houdingen en emotionele toestanden volgen elkaar zonder pauze op in een intense performance.

Ondertussen ondergaat ze echt geweld als willekeurige schoten van luchtdrukkanonnen haar van het ene uiteinde van het podium naar het andere slingeren, waardoor je ook als toeschouwer opgeschrikt wordt. Op de achtergrond begeleiden de composities van Tsirihaka Harrivel, Fiona Monbet en Romain Louveau haar wedervaren. Haar personages muteren zo tot een spiegel van een uitgeputte samenleving, verstoken van gezond verstand en overweldigd door emoties. Ondanks de indrukwekkende vertolking, laat deze scène mij nog steeds met vragen achter over de weg die het stuk ons wil laten inslaan.

Duidelijkheid in herhaling

Daarna verschijnen de negen zangers en zangeressen die al even opdoken in de eerste scène. Dankzij onzichtbare oortjes zingen ze a capella, in perfecte harmonie en in canon, een repetitieve en uitgepuurde compositie van Rebeka Warrior. Ondanks melancholische woorden als “Today I've experienced something that I hope to understand in a few days” brengt hun zang zachtheid en ademruimte.

Deze scène is gebaseerd op een continu, gechoreografeerd op- en afgaan. Die bewegingen vervloeien door de witte gordijnenpanden achteraan het podium, die de performers toelaten zonder onderbreking te verschijnen en verdwijnen. Van voor gezien drukken ze een naar het publiek gericht gedrag, een pose, een gelaatsuitdrukking uit. Als ze zich omdraaien om weer te vertrekken, onthullen hun ruggen tot dan toe onzichtbare accessoires zoals een revolver, een schietschijf, of zelfs een opgestoken middelvinger, die de interpretatie van de scène veranderen en complexer maken.

In dit op- en afgaan speelt de muziek volop zijn rol. Door zijn repetitieve structuur en vorm doet het denken aan de minimalistische schriftuur van een Philip Glass en begeleidt zo treffende wijze wat er zich visueel afspeelt in de spanning tussen schijnbare continuïteit en de onderliggende mechaniek. Dit derde deel is zeer choreografisch en ritmisch en onderscheidt zich door zijn heldere opbouw. De herhaling verarmt de boodschap geenszins, maar versterkt juist de dichtheid en precisie van het stuk.

Je voelt de kracht van de groep, de oprechte toewijding van de artiesten en de compromisloze intensiteit van Vimala Pons.

Je voelt de kracht van de groep, de oprechte toewijding van de artiesten en de compromisloze intensiteit van Vimala Pons. Toch kan het uur en kwartier lang lijken, alsof de energie van de wanhoop zo uitgesponnen werd dat ze inboet aan concentratie en impact. Als de eerste twee delen toestanden opstapelen, vindt het laatste deel een vorm van juistheid door zijn opbouw: de herhaling dient hier de interpretatie zonder de eerdere overdaad.

‘Honda Romance’ gaat ongetwijfeld over emotionele verwarring en psychische complexiteit, over onsamenhangende gevoelens die naast elkaar bestaan, over impulsen en spanningen, maar het is pas eens dit materiaal wordt vastgehouden, gekaderd en zijn tijd krijgt dat onze emotionele reis een echte overtocht wordt. Pas dan komt de idee dat het nog steeds mogelijk is om weer op te staan, ondanks de last die we torsen, helder naar voren. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz