Dans

An evening length performance James Batchelor

Barok als passe-partout

‘An Evening-length Performance’ van de Australische choreograaf James Batchelor is ambitieus van opzet: hij wil onderzoeken hoe een ‘barokke’ ruimte of architectuur de bewegingen van dansers beïnvloedt. Daar slaagt de voorstelling niet echt in. Maar ze bespeelt wel met succes de manier waarop bezoekers ‘het barokke’ ervaren. 

An evening length performance
Elie Agniel Stadsschouwburg Brugge.
In het kader van December Dance
meer info
04 december 2021

Omwille van het thema van de barok speelt ‘An evening length performance’ niet in een klassieke theaterzaal, maar in de foyer van de Brugse Koninklijke Stadsschouwburg, ooit een balzaal. Dansen was aan barokke hoven immers in de eerste plaats een hoofse plechtigheid, en werd pas later een opvoering. Vandaar ook dat de bezoekersstoelen niet klassiek opgesteld staan, maar de omtrek van de zaal volgen.

Al van bij het begin weerklinkt muziek, live gecomponeerd door Morgan Hickinbotham. Subtiele spots verlevendigen de wanden. Een na een komen de dansers op. Jacqueline Trapp opent de rij, gevolgd door George Hampton Wale, Giorgia Ohanesian Nardin en uiteindelijk James Batchelor zelf. Ze kijken intens naar enkele toeschouwers terwijl ze zachtjes van de ene voet naar de andere wiebelen op het wazige ritme van de muziek. Hun kostuums zijn barok door hun grillige sier, maar hedendaags van materiaal en uitvoering. Beige nylon kleren met fluorescerende accent, losse, wijde mouwen in doorschijnende stof, die tot ver voorbij hun handen uitzakken, sneakers met een soort fluorescerende overschoen.

Ook de danstaal legt deze beiden periodes over elkaar. Het ruimtegebruik doet hedendaags aan. De dansers steken de zaal over langs rechte lijnen of stappen langs denkbeeldige cirkels of achten. Ze komen vaak bijeen, dansen dan even unisono om zich dan weer af te keren van elkaar en een ander ritme op te zoeken. De bewegingen anderzijds hebben barokke, of toch premoderne trekjes: walsen, sierlijk dartelen op de tippen van de tenen, veel grootse zwieren met de armen zwieren en vooral veel pirouettes. Er ontstaat een aangename spanning doordat de handen verdoken blijven achter de te lange, wijde mouwen in ondoorzichtig nylon: de finesse van de dansbewegingen lijkt net in die vingerposes te schuilen. Als de dansers de mouwen afstropen evolueren de weelderige handgebaren echter niet veel meer, net zo min als de gehele lichaamstaal. De focus lijkt zelfs verlegd te worden naar het voetenwerk.

Een onmeedogend, fluo-geel, bombastisch kostuum

Boeiend is wel hoe ook de muziek in dit eerste deel schippert tussen hedendaagse techno en barokke kamermuziek. De elektronische klanken verenigen op een manier die niet fout aanvoelt een barokke melodielijn met een stevige bas. De voorstelling lijkt een hoogtepunt te bereiken als de muziek van een wals naar een volwaardig techno nummer evolueert. Batchelor en Trapp zoeken elkaar op die score op, dansen in fase, maar evolueren dan naar een tegenfase en zoeken dan abrupt weer een gemeenschappelijk ritme.

Maar dan verschijnt Wale in een onmeedogend, fluo-geel bombastisch kostuum. Als om tijd te rekken wandelt hij meermaals langs het publiek voor hij zich neerplant in het midden van de zaal, als een fluo-gele piramide die me even aan een verkeerskegel doet denken. De andere dansers trekken nu tergend traag lappen stof weg van deze menselijke piramide. Ze verdwijnen weer als de kegel gemuteerd is tot een kwal met kwabben. Die staat recht en stapt nog zo’n tien keer traag de zaal rond, verdwijnt dan even in de coulissen en maakt dan een tweede keer zijn opwachting. Wellicht alludeert de voorstelling hier op de barokke kostuums die zich te buiten gingen aan kant en kleur in in vele golven en plooien, maar zonder de bevreemdende elegantie ervan.

Gelukkig redt het laatste deel van de voorstelling dit dipje. De dansers komen een voor een terug op, met elk één hand in een lange handschoen met rinkelende belletjes aan de vingertoppen. Nu pas komt de focus te liggen op elegante barokke handbewegingen. Zittend rond de afgeworpen kwal geven ze traag handbewegingen door, met telkens wat meer tierlantijntjes, tot de energie op lijkt te zijn.

‘An evening length performance’ kent zo een boeiend concept. Het stuk brengt verschillende stijlen samen. Nieuw is dat niet, maar daarom is het nog niet irrelevant. De voorstelling wordt nooit melig, omdat er steeds een boeiend contrast ontstaat tussen hedendaagse en barokke elementen. Als de poses barok zijn, is het ruimtegebruik hedendaags. Als de kleding barok aandoet, met zijn vele referenties naar oude naaipatronen en motieven, is ze toch duidelijk van nu. Zelfs in de – uitzonderlijk goede – muziek zit nu eens een ‘barok’ ritme met hedendaagse melodie, dan eens een hedendaags ritme en baslijn met ‘barokke’ melodie.

Maar toch. Als het licht dooft, blijft de onderzoeksvraag onopgelost. Beïnvloedt de ‘barokke’ ruimte hier de dansers zelf, of enkel de beleving van de toeschouwers? Ze was duidelijk een inspiratiebron voor de bewegingstaal, de muziek, de opstelling van het publiek en de kostuums. Maar of ze echt een invloed had op de dansers zelf valt te betwijfelen.

De term ‘barok’ wordt hier nogal willekeurig gebruikt

Ook de vraag was of de ruimte een invloed heeft op de choreografie zou je met heel wat minder middelen kunnen beantwoorden. Gewoon opstaan en rondwandelen kan al volstaan om te voelen hoe verschillende kamers andere belevingen bieden. Compositorisch voelt de scheiding in tijd tussen het spel met de handen en de handschoenen of overmaatse mouwen in het eerste en laatste deel ook wat zwak aan. Als de focus lag op handgebaren versus lichaamsgebaren, had de fluo-gele parade dat misschien beter niet onderbroken.

Wat vooral wringt is echter dat de term ‘barok’  hier nogal willekeurig gebruikt wordt. Dat het foyer van de Brugse schouwburg helemaal niet uit deze periode dateert, valt nog te vergeven, want zoveel barokke balzalen resten er niet in België, laat staan Brugge. Maar elke frul, kant, tierlantijntje en ietwat overdreven gebaar bestempelen als barok voelt te makkelijk.

Zelf beleefde ik een ander hoogtepunt, maar wel vlak voor de voorstelling begon. Mijn buurvrouw merkte op dat het indrukwekkend is hoe alles evolueert. ‘Heb je het over toneelzalen?’ vroeg haar vriendin. ‘Nee, over alles. Gelukkig blijft er dans, muziek en een goed glas wijn.’ 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren