BILA Nathan Glaister
Zoektocht naar tussenvormen
Gezeten op een wijnkistje tussen een berg oude kranten, zo wacht de dakloze Nathan Glaister het publiek op bij aanvang van zijn solodebuut ‘Bila’. Met de nodige zin voor avontuur zoekt de jonge Spaanse clown een taal die tussen de plooien van theater, mime, dans, acrobatie en poppenspel valt. Die zoektocht is verdienstelijk en veelbelovend, maar als eerste worp schiet ‘Bila’ inhoudelijk nog te kort.
Vooral de berenmuts valt op in het verder overmaatse kostuum van Glaister, waardoor het lijkt alsof de zwerver in een vorig leven nog ballonvaarder was. Het ontwerp van Joke van de Casteele exposeert een variatie aan bruintinten en voelt met allerhande patchwork kubistisch aan. Soms lijkt het alsof Glaister een portret van Picasso tot leven brengt, met dank aan zijn acrobatische lichaam dat weliswaar onzichtbaar blijft onder verschillende lagen textiel, maar tegelijk daarmee zijn veelzijdigheid bewijst.
Soms lijkt Glaister op een als clown vermomde balletdanser.
Het personage maakt indrukwekkende transformaties mee tijdens zijn performance: de gebochelde clochard zakt als een pudding in elkaar, zoals je soms ziet bij kleien figuurtjes in animatiefilms. Terwijl het hoofd van Glaister wegzinkt in de stofhoop, neemt zijn hand de berenmuts over. Dit vervormde gedrocht begroet op zijn beurt het publiek, waarna het al snel evolueert van blubberbol naar langwerpige totempaal. Met wat grondacrobatie komt er zelfs leven in dit absurdistische schouwspel. Zelfs in al dat gestuntel is Glaister evenwel wonderlijk virtuoos. Soms lijkt hij op een als clown vermomde balletdanser.
Doelloze clown
De opeenvolging van beelden is goed geregisseerd: de lichaamstaal van Glaister zwerft tussen abstract en figuratief, waarbij de overgangen telkens net op tijd gebeuren. De vraag is wat Glaister wil vertellen met deze beelden. Vooral zijn interacties met het publiek lijken doelloos. Dansers en theatermakers hebben een andere motivering om in beweging te komen, maar in zijn mengvorm van disciplines lijkt Glaister niet altijd te weten welk narratief hij moet kiezen. Ondanks een resem aan fascinerende beelden, zit ‘Bila’ vast in willekeurigheid. Ook in de gefragmenteerde muzikale begeleiding, met snippers van tango, wals en jazzy balkanmuziek, komt dat tot uiting.
Het siert Glaister dat zijn clown niet de platgetreden paden bewandelt, laat staan dat hij mikt op de schaterlach. Het ingehouden gegniffel van zijn publiek is het domein waarin hij opereert. Zulke ingetogen clownerie heeft met voorlopers als Leandre en Etienne Manceau (Cie Sacékripa) al zijn kracht bewezen. Glaister gaat nog iets verder in de abstractie, maar ook in de tristesse.
Met deze anticlownerie verkent hij interessant en onontgonnen materiaal, maar daarvoor blijft het personage dat ‘Bila’ neerzet te veraf.
Zo probeert de mopperende Quasimodo aan het begin van ‘Bila’ nog vruchteloos zijn publiek met een soort poppenspel te vermaken, waarbij hij de punten van krantenpapier om zijn vingers bindt. Zijn onhandigheid is op het zieltogende af en de scène baadt in treurnis. Glaister doet het tegenovergestelde van wat je van clown zou verwachten. Met deze anticlownerie verkent hij interessant en onontgonnen materiaal, maar daarvoor blijft het personage dat ‘Bila’ neerzet te veraf. Het is ook raden naar de betekenis van de kranten tijdens de voorstelling.
Mogelijks is Glaister zelf nog zoekende naar de opportuniteiten die zijn grensverleggende spel in zich dragen. ‘Bila’ is nu nog misschien een gewaardeerd experiment dat als kijkstuk mooi maar hol aanvoelt, maar vroeg of laat stuit Glaister in dit onbekend terrein op goud.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz