Circus

(H)Oops Company ATA

Verloren in anarchie

Hedendaagse circus kent slechts drie regels. Ten eerste, het moet neutraal zijn: geen kleur, zeker geen glitter, liefst zelfs geen kleren. Ten tweede, moet het abstract zijn: tot op het niveau dat artiesten zelf niet meer weten waarmee ze bezig zijn. Ten derde, alles moet in stilte gebeuren. Dit legt luchtacrobate Iliana Atamaniuk met het nodige cynisme uit in haar jongste creatie ‘(H)Oops’. De kritiek is geestig en vaak interessant, maar de voorstelling verzuipt in haar eigen anarchie.

(H)Oops
Tom Permentier Oud Badhuis, Antwerpen, tijdens MAD Festival
23 april 2026

Atamaniuk etaleert nochtans meerdere talenten in ‘(H)Oops’. Bij het binnenkomen van de zaal begroet ze het publiek al met opgewekte levensliedjes tegen een achtergrond van witte gordijnen. Na een geconcentreerde stilte begint ze te dansen op de tonen van ‘De Herfst’ van Vivaldi. Terwijl ze wasmachinebewegingen maakt met haar schuddende schouders, kijkt ze het publiek aan met de glimlach van een airhostess. Later lijkt ze te boksen met een onzichtbare tegenstander. Tussen abstracte en letterlijke beelden is Atamuniak in haar element.

Meer dan een woordspeling

Ze moet drie keer buigen om een applaus bij het publiek te ontlokken. Haar initiële zelfzekerheid krijgt een eerste knauw in deze herhaalde handeling. Net zoals bij Sien Van Acker in ‘More is More’ of Katleen Ravoet in ‘The Amazing Katleen’ blijkt de performer brozer dan eerst gedacht. Een simpel gebaar als het ontvangen van applaus zegt bij al deze performers iets over de emoties achter de make-up van de artiest en over diens wanhopige honger naar bevestiging. In de luchtige context waarin Atamaniuk dit gebaar stelt gaat echter veel van de onderliggende betekenis verloren, en komt het over als een obligaat grapje dat generaties lang in het straattheater is uitgebuit.

In haar strijd met de hoepel reflecteert Atamaniuk hoe moeilijk het is om als debuterend artiest door te breken.

Het is tekenend voor de rest van de voorstelling. Atamaniuk combineert rake opmerkingen over het leven van een beginnend artiest met publieksbehagend vermaak. Wanneer ze de microfoon ter hand neemt, vertelt ze hoe vaak ze teleurstellende mails terugkrijgt van cultuurcentra die haar voorstelling toch maar niet boeken. Wie af en toe met circusartiesten praat, herkent deze verzuchting maar al te goed, maar in ‘(H)Oops’ hoor je het voor het eerst op een podium. De lichtvoetige woordspeling in de titel geeft prijs dat de voorstelling meer is dan deze veelbelovende commentaren.

Voor dit relaas heeft Atamaniuk immmers al - als een stijfdeftige versie van Carmen Waterslaeghers - een onhandig nummer opgevoerd aan een aerial hoop (een hangende hoepel). Ook in haar strijd met de hoepel, waarop normaliter engelachtige figuren worden getoond, reflecteert ze hoe moeilijk het is om als debuterend artiest door te breken. Hoe goed de slapstick van haar circustechniek ook correspondeert met haar woorden, de farce ontneemt de kracht van haar boodschap. Helemaal flauw wordt het wanneer ze later in een kort rokje rondjes draait in de hoepel en voortdurend probeert te vermijden dat het publiek tussen haar benen kan kijken.

Metacircus

Het lichtplan van ‘(H)Oops’ is dan weer verrassend en oogstrelend. De nummerstructuur van de voorstelling wordt zichtbaar omdat elk segment in een andere kleur baadt, waaronder fluorood en paars. Atamaniuk wisselt luchtacrobatie aan de hoepel af met stand-up comedy in de microfoon en dansante of clowneske passages. Geregeld verdwijnt ze achter een van de gordijnen en ziet het publiek een uitvergrote schaduw, bijvoorbeeld wanneer ze sukkelt met het aantrekken van de staart van een zeemeermin. Via een vestimentair nevenplot voegt Atamaniuk een dromerige sfeer toe aan haar verhaal. De muziekkeuzes in ‘(H)Oops’ kunnen echter niet populistischer, met de meeklapper ‘Eye of the Tiger’ als kers op de taart. Als dat ironisch bedoeld is, komt dat onvoldoende over.

Het metacircus staat Atamaniuk op het lijf geschreven.

De talenten van Atamaniuk liggen ver uit elkaar en geven ‘(H)Oops’ een al te gefragmenteerde structuur. De verschillende disciplines die ze toont in haar solocabaret missen uitwerking in de diepte, waarbij haar anarchistische branie iets maar niet alles compenseert. Het metacircus staat Atamaniuk wel op het lijf geschreven, zowel in haar eerlijke bekentenissen over haar mailbox als in haar cynische commentaar op hedendaags circus. Misschien moet ze overwegen om ook kritische circusrecensenten op de korrel te nemen?

Met haar spelvreugde krijgt Atamaniuk een groot deel van haar publiek mee aan boord, misschien dankzij of net desondanks de interessante  ontboezemingen van de zoekende artiest die haaks staan op de koldereske toon van de voorstelling. Op die manier strandt ‘(H)Oops’ op het kruispunt van kunst en kitsch.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz