Circus

Ki no nagare Collectif Malunés

Tussen duet en duel

Als een Japanse David en Goliath staan ze tegenover elkaar, de frêle maar vinnige Arne Sabbe en de struise Maxime Gérard. 58 kilo tegenover 115, mano y mano. De strijd is echter allesbehalve conventioneel, maar integreert moeiteloos bewegingen van aikido in die van partneracrobatie. Deze geslaagde combinatie levert briljante scènes op in ‘Ki no nagare’ (‘vloeiende energie’). Tussendoor is het passion project van Sabbe in de tent van Les Malunés sympathiek zonder meer.

Ki no nagare
Tom Permentier OC Marke, tijdens Soirée PERPLX
04 april 2026

Aikido is een buitenbeentje in de Oosterse krijgskunst. De sport is nog maar honderd jaar geleden ontwikkeld door de Japanse grootmeester Morihei Ueshiba, maar is geïnspireerd op de eeuwenoude technieken van de samoerairidders. De beoefenaar gebruikt zijn armen als speren of zwaarden, zijn handen als dolken. Toch zal hij nooit aanvallen, enkel verdedigen, waarbij hij de kracht en energie van zijn opponent gebruikt om hem in het momentum onderuit te maaien. Het doel is niet om de tegenstander te verslaan, maar om hem terug in harmonie te brengen met zichzelf. In de meeste varianten van aikido bestaat er dan ook geen competitie.

In de wereld van ‘Ki no nagare’ is er geen grens tussen tegen- en samenwerking.

In partneracrobatie is er eveneens geen competitie (tenzij bij schaatsen), maar daar houden de gelijkenissen op. De twee disciplines kunnen in hun bewegingstaal niet meer van elkaar verschillen. Bij het duo Sabbe-Gérard vloeien de typische handelingen van aikido – de koprollen, de handen als messen in de nek van de tegenspeler – over in acrobatische figuren. Wordt Gérard eerst nog door Sabbe op de grond gesmeten, maakt hij in dezelfde beweging met zijn voeten een zetel voor zijn collega. In de wereld van ‘Ki no nagare’ is er geen grens tussen tegen- en samenwerking. Op het einde van een routine eindigt de ene keer Sabbe en de andere keer Gérard op de rug van de andere, die dan moet ‘afkloppen’ om zijn nederlaag toe te geven, waarna het duel vrolijk doorgaat.

Veel van ‘Ki no nagare’ zou eigenlijk niet mogen werken, maar doet het toch. Hoe vaak hebben we in hedendaags circus al niet gezien hoe twee verschillende lichamen in strijd komen met elkaar? Of hoe ze elkaar moeten helpen om letterlijk en figuurlijk hogerop te geraken? Enerzijds compenseert Sabbe een stereotiep spelverloop met een frisse benadering van acrobatie, anderzijds laat hij zich niet verleiden door een helende moraal. ‘Ki no nagare’ neemt geen standpunt in tegen geweld of voor verzoening, de voorstelling toont beelden zonder bijbedoeling. Zelfs wanneer aan het einde van de opvoering de typische ‘knuffelacrobatie’ komt bovendrijven – iets wat we na de coronapandemie veel zien in Belgisch circus – lijkt dat zonder opgeheven vingertje.

Koto en kata

Ook de muziek flirt soms met het cliché, of toch voor Westerse oren die ongetwijfeld beperkt zijn in de confrontatie met Oosterse klanken. Het onheilspellende geroffel op een donkere taikodrum, die de Japanse Tsubasa Hori trouwens op een drumcomputer speelt, behoort alleszins tot het collectief geheugen dankzij de vele kungfufilms die de wereld sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw veroverden. Zo begint ook ‘Ki no nagare’, maar voor het publiek met de ogen kan rollen, tovert de muzikante complexe polyritmische patronen uit haar stokken die de potentiële themaparkmuziek toch naar een hoger niveau tilt.

Met haar geconcentreerde aanpak komt Hori met nog meer weg: de klankschalen en tempelbellen zouden in elke sushibar de tenen doen krommen, maar niet in ‘Ki no nagare’. Ook haar melodieën op de koto (een Japans tokkelinstrument) mogen er zijn, maar wanneer ze met elektronische hulp zanglijntjes op elkaar stapelt, is de muziek weer iets te atmosferisch. Haar rituele drumsolo op een echte taiko, die bengelend aan een touw over de piste vliegt, doet me wat denken aan hoe Nieuw-Zeelandse Maori’s hun haka’s opvoeren: het voelt tegelijk traditioneel aan en op maat van toeristen. Hoe dan ook is deze scène, die overigens publieksparticipatie vereist, eerder onderhoudend dan pakkend.

    De ontmoeting tussen martial arts en circus in ‘Ki no nagare’ is innovatief en toch authentiek.     

Hetzelfde geldt voor de andere tussenacts van ‘Ki no nagare’. Ze tippen niet aan de kwaliteit van de duetten, maar kabbelen rustig door in afwachting van een nieuw hoogtepunt. Wel spreekt er een oprechtheid uit elk gebaar en elke beweging. Het is die oprechtheid die maakt dat Sabbe tijdens zijn kata, een dansante solodemonstratie van gevechtstechnieken, niet overkomt als een Westerling die Oosterse cultuur imiteert. Hij heeft in zijn vrije tijd lang genoeg aikido beoefent om de sport met het nodige respect te behandelen. Zelfs de momenten van voorspelbare maar toch geestige humor – Goliath verplettert David als in een tekenfilm – verhinderen dat niet.

De ontmoeting tussen martial arts en circus in ‘Ki no nagare’ is innovatief en toch authentiek. Het artistieke pad dat Sabbe met deze voorstelling bewandelt wemelt misschien van de valkuilen, maar hij struikelt niet.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz