Just the moon Close Call Company
Raff heeft het licht gezien
Licht uit, spot aan. De jonge acrobatische jongleur Raff Pringuet kiest in ‘Just the moon’ voor een heel aparte partner: de spot zelf. Als kind van zijn tijd is hij niet ongevoelig voor robotisering en artificiële intelligentie, en zo blijkt: met deze lamp valt niet te spotten. Het ding leidt een eigen leven en bezorgt Pringuet niet alleen de nodige kopzorgen, maar ook een veelbelovend solodebuut. Of duet, het is maar hoe je het bekijkt.
Pringuet stond eerder op de planken met Xenia Bannuscher en Dries Vanwalle in ‘Cécile’ van Sinking Sideways, een minimalistische trip tussen dans en acrobatie en voor mij een van de beste voorstellingen van de jongste jaren. ‘Just the moon’ is in vergelijking minder abstract, maar baadt in dezelfde sfeer van poëtische bizarrerie. Waren vroeger rondtrekkende circussen spektakels vol licht en kleur – waar overigens de eerste elektrische lampen als rariteit in de bijhorende foor werden voorgesteld – dan is de performance van Pringuet het tegenovergestelde. ‘Just the moon’ is van alle franjes ontdaan, quasi zwart-wit en pertinent donker, iets waar ook Jef Kinds en Gilles Pollak momenteel mee experimenteren. Ondanks die soberheid is deze voorstelling op en top circus.
Zo ontvouwt zich een slim spel van licht en donker en van beeld en klank.
In de schemering doemt een constructie op, die met wat verbeelding doet denken aan de tafel van een goochelaar. Met tussenpozen verlicht een spot het houten platform. Elke keer is het beeld net iets anders dan het vorige. Eén jongleerbal gaat gepaard met één toon op de piano, drie jongleerballen met een akkoord. Zo ontvouwt zich een slim spel van licht en donker en van beeld en klank. Het is een vorm van magie die ik al eerder heb gezien in circus, maar die nooit gaat vervelen. Iedereen die als baby kiekeboe heeft gespeeld met mama en papa zal dat kunnen beamen: je blijft benieuwd naar de volgende verschijning. Uiteindelijk belandt het hoofd van Pringuet zelf op de tafel, van waaruit zijn verhaal vertrekt.
Solo met twee
In dat verhaal neemt Pringuet de ruimte om te charmeren met een combinatie van jonglerie en acrodans. Dat gebeurt in een donkere, poëtische setting onder de zachte trompetklanken van de soundtrack van Stan Nieuwenhuis, die overigens een perfect evenwicht vindt tussen ritmisch en melodisch. Het bleke licht waarin Pringuet zijn kunsten opvoert, suggereert een soort dystopie, en zowaar: de lamp krijgt hoe langer hoe meer een eigen willetje en zet met rebels gedrag zichzelf in de kijker. Pringuet moet moeite doen om zijn jongleerpatronen in de lichtstraal te krijgen, die door de robot meermaals van plaats en van vorm verandert. Zijn jongleerbewegingen weten zich telkens aan het beschikbare licht aan te passen: de ene keer lang en smal, de andere keer klein en vierkant.
Pringuet toont zich evenveel clown als jongleur: falen en presteren lopen naast en door elkaar.
Mogelijks onbedoeld communiceert Pringuet iets over de drang van podiumkunstenaars, circusartiesten voorop, om in de schijnwerpers te staan. Ze overleven niet zonder, ‘kijk eens wat ik kan’. Pringuet legt de focus daarbij op de vlucht van de jongleerballen en laat zijn gezicht vaak in het duister, alsof hij daarmee benadrukt dat die aandachtzoekerij niets met ego te maken heeft. In zijn interactie met de opstandige volgspot (uiteindelijk is de vraag: ‘Wie volgt wie?’) toont Pringuet zich trouwens evenveel clown als jongleur: falen en presteren lopen naast en door elkaar. De routine van de reizende lichtstraal die een artiest boycot is geen standaardrepertorium van clowns, maar toch een beproefde formule. Pringuet flirt soms met de voorspelbare kolder, maar zijn kluchtige voorvallen met de lamp maken de ontroerende scènes van ‘Just the moon’ nog ontroerender.
Het levenloze object is op den duur even menselijk als WALL-E uit de gelijknamige Pixar-film.
De volgspot krijgt immers hoe langer hoe meer menselijke trekjes. Zijn emoties gaan van speels naar eenzaam tot zelfs eventjes angstaanjagend, waardoor Pringuet als Tom Cruise uit ‘Mission Impossible’ de laserstralen van de lamp moet ontwijken. Samen met de artiest evolueert ook de relatie van het publiek met de spot. Het levenloze object is op den duur even menselijk als WALL-E uit de gelijknamige Pixar-film. Het lukt Pringuet telkens om zijn jongleerpatronen en acrobatische bewegingen te integreren in dat narratief. Meerdere keren toont hij zijn heerlijk dwaze aangezicht met drie ballen in de mond, als een soort signatuurmove. Uiteindelijk doet de lamp hetzelfde. ‘Just the moon’ is soms kinds, maar nooit kinderachtig.
Grote profetieën over de robotisering van onze maatschappij of de machine die ons draaiende houdt moet je dan ook niet gaan zoeken in Pringuets solo. In plaats daarvan werpt hij een nieuw licht op zijn jongleerkunsten en acrobatische dans en ontwikkelt hij een bijzondere relatie met een onwaarschijnlijke tegenspeler. ‘Just the moon’ is klein maar fijn, eerlijk en absurd en vooral, niet te missen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz