Droplines Tall Tales Company
Opvallend vallende ballen
Jongleurs hebben twee taken: gooien en vangen. Vangen is slagen, laten vallen is falen. Ervaringsdeskundige Harm van der Laan spreekt klare taal met een knipoog die een ingeburgerde kapitalistische denkfout blootlegt. In ‘Droplines’ etaleert hij samen met Anna Emilie Pedersen en Pieter Visser alles wat een jongleur niet hoort te doen. De humoristische straatshow bekeert de toeschouwers feilloos naar een omgekeerde esthetiek. Op den duur juichen bij ze elke mislukking.
Visser opent de voorstelling alvast met een verrassing: hij houdt acht ballen vast, maar jongleert slechts met twee. Zodra een daarvan de grond raakt, grijpt van der Laan de microfoon en de gelegenheid aan om zijn collega grondig te fileren. “Dames en heren, Pieter heeft gefaald,” stelt hij met een gespeelde zelfingenomenheid. Als woordvoerder van ‘Droplines’ vertolkt van der Laan de gladjanus zoals die weleens in Nederlandse jeugdtelevisie wordt geparodieerd. Was het niet allemaal in scène gezet, zou je nog medelijden krijgen met Visser.
‘Droplines’ overstijgt het loutere entertainment met de zaadjes van maatschappijkritiek.
Erg grappig is het overzicht aan elegante oplossingen die een jongleur kan toepassen wanneer een bal valt, gedemonstreerd door Visser en Pedersen. Er zijn zeven opties, waaronder het charmeoffensief en de afleidingsmanoeuvre, maar ook een tactiek die van der Laan ‘de politicus’ noemt, waarbij de hete aardappel wordt doorgeschoven. Met zelfrelativerende humor planten hij en regisseur Maartje Bonarius zaadjes van maatschappijkritiek, die in de hoofden van de kijkers verder kunnen ontwikkelen. Mede hierdoor overstijgt ‘Droplines’ het loutere entertainment.
Prestatiemaatschappij
Bij jongleurs, acrobaten en illusionisten is de drang en dwang om bovenmenselijke prestaties tot een goed einde te brengen deel van hun identiteit. Onbedoeld representeren ze ook een Westerse cultuur waarin slagen wordt beloond en falen wordt afgestraft. Stress bij een sollicitatiegesprek? Pech. Je voetbalploeg verliest? Opstappen. Dit waardesysteem is volgens Jos Houben, fysieke comedy coach van de voorstelling, verticaal gebouwd. We merken dat aan ons taalgebruik: een regering valt, een artiest scheert hoge toppen. Met een sierlijke trapeze in de nok, jongleerballen in de lucht en de clown plat op de grond is traditioneel circus een groot verhaal van verticaliteit. Met deze inzichten verbaast het niet dat Houben achter de schermen heeft meegewerkt aan ‘Droplines’.
De klassieke opvatting van circus wordt in de hedendaagse scene al enige tijd bestreden.
De klassieke opvatting van circus wordt in de hedendaagse scene al enige tijd bestreden. Twaalf jaar geleden draaide Alexander Vantournhout nog halfbakken salto’s met fatalistische zelfdestructie, tegenwoordig roepen de artiesten van Collectif Malunés de hulp van het publiek in om samen de truc te laten slagen. Bewust van zijn eigen superioriteit, tracht een alleskunner van vandaag niet alleen toeschouwers te verbinden, maar zelf ook deel te worden van de community van doordeweekse maar gewaardeerde talenten. In die beweging is de circusartiest tegelijk acrobaat en clown. Met ‘Droplines’ schrijven de jongleurs van Tall Tales Company een bescheiden maar guitig hoofdstuk bij aan dit verhaal.
Virtuoos falen
Tussen de comedy door brengt het trio vernuftige en verkwikkende jongleernummers, onder meer op jazzy bewerkingen van Chopin. De witte ballen vliegen in het rond, maar het oog van de toeschouwer volgt als vanzelf de vluchtroutes van een paar oranje exemplaren die de artiesten slim inzetten om het kijken te beïnvloeden. De choreografieën vinden een mooi evenwicht tussen herhaling en variatie, waarbij de jongleurs alle hoeken van het kale podium verkennen. Een kleine maar fijne vondst is het moment waarop de drie artiesten om elkaar cirkelen alsof ze zelf de jongleerballen van een onzichtbare reus zijn.
Het falen wordt op verschillende manieren gevisualiseerd met dezelfde virtuositeit die een jongleur normaal aan de dag legt om zijn publiek met verstomming te slaan.
Ringen, kegels noch fakkels komen aan bod in ‘Droplines’. Toch is de afwisseling verzekerd, onder meer in de bezetting. Zowel Visser als Pedersen hebben een eigen solo, waarbij de eerste met zijn lange armen meermaals in de knoop geraakt, en de tweede een jongleerbal aan haar hand heeft kleven die zelfs met hevig zwaaien niet losraakt. Het falen waarover van der Laan het heeft in zijn presentatie, wordt op verschillende manieren gevisualiseerd met dezelfde virtuositeit die een jongleur normaal aan de dag legt om zijn publiek met verstomming te slaan. Het levert op, want uiteindelijk laat het drietal fier als een gieter de ballen vallen onder een daverend applaus.
‘Droplines’ is een geslaagde mix van falende jongleurs die ons eraan herinneren dat we allemaal maar mensen zijn. Dat geeft hoop voor de toekomst.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz