Circus

SARAB The Palestinian Circus School

Nergens is veilig

Deze recensie had nooit geschreven mogen worden. In een betere wereld was de voorstelling ‘SARAB’ van The Palestinian Circus School immers nooit gemaakt. Het is maar wat goed dat het lot van onderdrukte groepen in de podiumkunsten wordt aangeklaagd, maar wanneer de onderdrukten zelf op het podium staan, gaat hun verhaal des te meer door merg en been.

SARAB
Tom Permentier Schouwburg Leuven
17 november 2025

‘SARAB’ betekent ‘luchtspiegeling’ en focust op het leven van Palestijnen op de vlucht. Het openingsbeeld zet direct de toon: Wajdi Khaled ligt op zijn rug onder een houten kubus, die hij maar niet van zich kan afschudden, als ware het puin na een bombardement. Na een ijzingwekkende gil dooft zijn spot en komt een medespeler in het licht, eveneens met een kubus. Zo worden de vijf artiesten elk kort voorgesteld met een eigen blok en een eigen verhaal. Na deze intro gaat het luchtalarm af en weerklinken de woorden: ‘Nowhere is safe’. De personages gaan samen op zoek naar een nieuw leven.

De acrobatische en dansante bewegingen vormen een tegengewicht voor de onverbloemde beeldtaal die van ‘SARAB’ zo’n confronterende kijkervaring maakt.

De houten blokken blijven de hele voorstelling lang op het podium. De ene keer vormen ze een knuppelpad waarop de spelers zich verdringen om vooraan te staan bij de voedselbedeling, de andere keer zijn het torens van bureaucratie. Na de zoveelste afwijsbrief raapt een gefrustreerde Nouraldin Samaro het papierwerk bijeen en slingert de proppen in het publiek. Toch is er heel af en toe een spatje hoop te ontwaren in ‘SARAB’, wanneer de artiesten elkaar de hand reiken en vooruithelpen. Laat dat ook net de missie van de educatieve tak van de Palestijnse circusschool zijn: in een conflictgebied als de Westelijke Jordaanoever, waar wantrouwen regeert, leren kinderen via circus terug samenwerken en vertrouwen. Het minderwaardigheidsgevoel dat hen door allerhande treiterijen wordt ingepeperd, maakt dan heel even plaats voor trots.

Het circusgehalte van ‘SARAB’ is in het begin nog bescheiden met naderhand meer luchtacrobatie. De korte episodes, impressies van het leven op de vlucht, bedienen zich evenzeer van pantomime als van grondacrobatie en interpretatieve dans. De acrobatische en dansante bewegingen vormen een tegengewicht voor de onverbloemde beeldtaal die van ‘SARAB’ zo’n confronterende kijkervaring maakt, net als het gebruik van abstracte attributen zoals de houten dozen. Het is in die vertaalslag dat de grootste waarachtigheid schuilt. Na de intense scène aan de voedselbank toont een scherm foto’s van echte voedselbanken, maar die snijden lang niet zo diep in de ziel van de toeschouwer als de uitbeelding die eraan voorafging.

De echtheid van deze performers brengt het drama zo dichtbij, dat de haren op je arm ervan overeind gaan staan.

Het doorleefde spel van de artiesten maakt het verschil, waarbij opvalt dat ze op geen enkel moment naar applaus lonken. Je voelt dat ze uit ervaring spreken, dat ze op de bühne brengen wat ze zelf of hun naasten hebben beleefd. Zouden de wanhoopskreten anders klinken als ze door doorwinterde acteurs werden geslaakt? De echtheid van deze performers brengt het drama alleszins zo dichtbij, dat de haren op je arm ervan overeind gaan staan. Regisseur Mohammad Abu Taleb, die voortborduurt op een eerdere regie van Paul Evans, draagt daar in hoge mate aan bij. Zo suggereren de schaduwprojecties op het doek achteraan – in bloedrood licht als van een ondergaande zon – dat de tragische belevenissen van de personages door vele anonieme lotgenoten worden gedeeld.

Ook de broeierige soundrack kruipt al snel in de kleren, maar wanneer Laith Abbasi zijn vier popjes van kinderen te slapen probeert te leggen, vindt die handeling plaats in een pijnlijke en onheilspellende stilte. Hij zal moeten kiezen wie meegaat en wie achterblijft. Dat beeld zou in Leuven trouwens een extra lading krijgen door het woordje vooraf van Jessika Devlieghere, die twintig jaar geleden de Palestijnse circusschool mee uit de grond stampte. Zij deed het hartverscheurende verhaal van een tienjarig meisje dat helaas net op tijd haar testament had opgesteld in een schuilkelder, waarin ze haar speelgoed, kleren en sieraden verdeelde onder haar geliefden, met de oproep om niet te huilen om haar verlies. Het hoeft niet te verwonderen dat het hele publiek bij de keel gegrepen werd van dit relaas.

The Palestinian Circus School brengt geregeld clownerie en vrolijke circuskunstjes in de vluchtelingenkampen om de stress bij de jeugd weg te nemen.  

In het dagelijks leven zijn Abbasi, Khalid, Samaro en hun medespelers van ‘SARAB’ Julia Rafidi en Mais Rafidi circusdocenten van zo’n driehonderd kinderen uit de Westelijke Jordaanoever. Ook brengen ze er geregeld clownerie en vrolijke circuskunstjes in de vluchtelingenkampen om de stress bij de jeugd weg te nemen. Van het nagesprek na de voorstelling in Leuven onthoud ik verder dat ze geen nood voelen om ‘SARAB’ in eigen land op te voeren. De plaatselijke toeschouwer is immers omgeven door de ellende die de performers in hun voorstelling vertolken.

Het doet overigens de wenkbrauwen fronsen dat deze artiesten bij het landen in Zaventem twee uur hebben doorgebracht op het douanekantoor op verdenking van het maken van politiek gekleurd theater. Het idee dat wie opkomt voor slachtoffers met achterdocht behandeld moet worden, lijkt hoe langer hoe meer ingeburgerd. Hopelijk wordt The Palestinian Circus School niet ontmoedigd om zijn broodnodige opdracht door te zetten en ons een bikkelharde realiteit onder ogen te brengen.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz