De Walvisvaarders Cirque Mécanique
Kant noch walvis
Een houten walvis banjert zich een baan door de straten van Hasselt. Met vernuftige machinerie aan zijn wagon zwemt hij elegant als een zeemeermin door de lucht. Zijn creator Joris Janssens zit aan het stuur en trekt hem op sleeptouw. ‘De Walvisvaarders’ combineert figurentheater en circus met een fraaie praalwagen in de hoofdrol. Hoeveel er ook valt te bewonderen op technisch vlak, het geheel is nogal een zootje.
Enkele acteurs draaien als op hol geslagen satellieten rond het rijdend gevaarte. Ze zwaaien met takjes waarop visjes apart of in kleine scholen gemonteerd zijn. Wanneer ze met hun brochettes schudden, maken de visjes een ritselend geluid. Ook een houten pelikaan strijkt langs de hoofden van de omstaanders. Telkens een van de spelers diens gekraai nabootst moet ik gniffelen: deze performers zijn de nonkels die voor het animatieluik van een familiefeest iets te veel hun best hebben gedaan. Janssens zelf neemt de baleinenzang voor zijn rekening. Het wonder dat hij zelf met onderwatertechnologie heeft mogen ervaren op expeditie in Hawaï – de aanleiding voor deze productie – kan hij niet knulliger overbrengen naar het Limburgse publiek.
Cirque Mécanique gooit ieders talent in de strijd om in geuren en kleuren niks te zeggen.
Het publiek wordt uitgenodigd om na de presentatieronde mee op pad te gaan. Een paar tientallen meters verder is er al een eerste stop. Het is een dringende: de pelikaan heeft honger. Eerst neuriet hij een aria van Verdi (Qué?), daarna krijgt hij nootjes. Ah, nu pas heb ik hem: muzieknootjes worden pindanootjes bij deze gevleugelde Pavarotti. Bon, dat hebben we dan ook weer gehad. In deze cruciale scène ontdekken we trouwens dat de besnorde performer een onverwacht goede balletdanser is. Cirque Mécanique gooit ieders talent in de strijd om in geuren en kleuren niks te zeggen.
Flipperende acrobaten
Over talent gesproken: twee tussenstops verder is het tijd voor een circusact. Zelden zag ik zulke verbijsterende salto’s en schroeven op de bascule (wip). De acrobaten maken flipperbewegingen in duizelingwekkende sprongen. Imiteren ze sierlijke zeepaardjes, zoals je die in de dierentuin in een tube op en neer ziet dansen? Of is dit nummer als een reclameblok tijdens een natuurdocumentaire op de commerciële zender met als boodschap 'we onderbreken onze onderwaterreis voor een potje Olympisch circus'? Knap is het zeker, maar ook bij de haren getrokken.
Het is begrijpelijk dat een massaspektakel op straat, waarbij de ogen van de toeschouwers alle kanten op schieten, niet het meest gelaagde verhaal kan vertellen. Voor zover ik me herinner was dat bij Royal de Luxe, het gezelschap dat Antwerpen meermaals met reuzen overspoelde, ook niet het geval. Maar bij ‘De Walvisvaarders’ is het wel heel dunnetjes, terwijl de website van Cirque Mécanique wel het streven uitspreekt om ‘een blijvende indruk achter te laten - niet alleen binnen de kunstwereld, maar ook in de bredere samenleving.’ Hallo, kroket!
Met het verstand op nul is ‘De Walvisvaarders’ als openluchtshow nog enigszins te pruimen.
Eerlijk is eerlijk: of het nu figurentheater, ballet of bascule is, de ploeg van ‘De Walvisvaarders’ amuseert zich rot. Dat ook bij Janssens de passie ervan afspat mag blijken uit zijn fantasierijke dierencreaties. Als een nieuwbakken carnavalsvereniging heeft hij maanden op voorhand met een ploeg enthousiaste vrijwilligers getimmerd aan zijn paradepaardje, of paradewalvis beter gezegd. Dat verdient respect. Zijn confraters gaan er niet minder vol voor, maar hun overgave compenseert niet voor de inhoudelijke leegte van dit onuitgewerkte avontuur. Het wordt bovendien onhandig gebracht, onder meer door brutale muziekovergangen. De stormscène - met een mistmachine, donderplaten, vendelzwaaien en liters water - is nog aardig verbeeldt, maar de daaropvolgende geboorte van het walvissenjong is bijna amateuristisch.
Met het verstand op nul is ‘De Walvisvaarders’ als openluchtshow nog enigszins te pruimen. Misschien klinkt het paradoxaal bij het onderwaterthema van deze voorstelling, maar één vraag blijft in mijn hoofd spoken: ‘Wat drijft hen?’
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz