Sans Feu Sans Flamme Laure Osselin
“Ik ga nog een keer doen”
De prijs voor de meest charmante glunder van 2026 mag nu al uitgereikt worden aan de Franse trapeziste en clown/comédienne Laure Osselin. Met haar stralende glimlach pakt ze het publiek van de straatshow ‘Sans Feu Sans Flamme’ volledig in en doet ze wat weinig andere artiesten kunnen: de allergrootste flauwiteiten die een gemiddelde circusliefhebber al duizend keer heeft gezien, toch weer geestig maken. Het geheim zit niet in haar lach, maar wat erachter schuilt: haar acteertalent.
Alleen al het decor van ‘Sans Feu Sans Flamme’ barst van de clichés: onder de structuur die de trapeze draagt staat een pashokje met een roodfluwelen gordijn, een versierd taboeretje, een elegante secretaire uit de kringloopwinkel. De vervlogen gloriedagen van de Moulin Rouge worden in dit solocabaret terug opgeroepen. Daarmee begeeft Osselin zich op herkenbaar en overbevolkt – Katleen Ravoet, Sien Van Acker, Kelly en Dolly, Iliana Atamaniuk – terrein. Net als haar collega’s nestelt Osselin zich hierin op het kruispunt van relativerende parodie en nostalgische koestering. Net als haar collega’s schippert Osselins personage tussen trots en onzekerheid. En net als bij haar collega’s loopt het bij Osselin geregeld in het honderd.
Vanaf de eerste gag van de voorstelling voel je dat Osselin de juiste toon te pakken heeft.
Je zou voor minder met de ogen rollen bij het gadeslaan van deze setting, maar dan moet Osselin (wiens personage overigens Lucie heet) nog verschijnen. In een opvallend oranje mantelpak begroet ze het publiek met een woordje uitleg: geen risico’s, geen diepere boodschap, gewoon een uur onversneden plezier. Hiermee zet ze de sfeer die iedereen had verwacht, maar iets in haar presentatie weet zelfs de meest doorwinterde scepticus te overtuigen om toch in haar verhaal mee te stappen. De reden is een vlekkeloze komische timing, een persona waar oprechte charme in doorschemert en een subtiliteit die soms door het groteske spel breekt. Daarnaast is ook het heerlijk kromme Nederlands – Osselin heeft circus in Tilburg gestudeerd – een ontzettende troef. “Ik ga nog een keer doen,” zegt ze na elke mislukte poging om te stunten.
Vanaf de eerste gag van de voorstelling voel je dat Osselin de juiste toon te pakken heeft. Tegen de verwachting in ontlokt ze geschater bij een op papier tenenkrommende routine: haar spagaat mislukt omdat haar rok te strak rond haar midden zit. Wetende dat ze met veel wegkomt, zoekt Osselin de hele voorstelling lang het randje van het cliché op. Alles waar je aan denkt bij nostalgisch straatcircus komt aan bod: de vrijwilliger uit het publiek, de slow clap, de typische mannequinpose waarmee Osselin om applaus vraagt. Het is opmerkelijk hoe deze clown onweerstaanbaar grappig kan zijn in een in essentie oppervlakkige klucht.
Vrolijk kabbelend
Het openingskwartier is daar een goed voorbeeld van. Na een filmmuziekquiz die Osselin met haar trompet begeleidt, wijdt ze uit over het plot van ‘Titanic’, waarbij ze niet nalaat een klassieke grap onder cinefielen te herhalen: er was plaats genoeg op de drijvende plank voor Rose én Jack. Het lijkt een zijspoor in haar grote verhaal, maar aan het einde van ‘Sans Feu Sans Flamme’ klinkt ‘My Heart Will Go On’ door de boxen en Osselins nasynchronisatie van Céline Dion is nagenoeg perfect. Ik zou niet nee zeggen tegen een straatshow waarin Laure Osselin gewoon een uur lang kleffe liefdesliedjes imiteert.
Er zijn momenten waarop de sporen van voorspelbaarheid iets te zichtbaar worden.
Dat gezegd zijnde weet Osselin niet het volledige uur van ‘Sans Feu Sans Flamme’ op te tillen naar het hoge niveau dat zoveel artistiek populisme compenseert. Er zijn momenten waarop de sporen van voorspelbaarheid iets te zichtbaar worden. Zelfs met al haar acteertalent kan ze die niet verbergen. Je wéét dat ze tijdens het cowboynummer haar zweep meermaals zal laten vallen. Je wéét dat ze soms zelf zal gillen bij haar trucs, hetzij uit angst, hetzij uit verbazing dat het haar gelukt is. Zoals veel straatartiesten zal Osselin ook filibusteren voor een truc en het komische effect daarvan verflauwt op den duur. Sommige grappen melkt ze te veel uit, en waar haar uitweiding over ‘Titanic’ nog een pay off krijgt aan het einde van de show, leidt een bizarre lofzang op YouTube nergens heen.
Het publiek haakt nooit volledig af, want ook in de mindere momenten kabbelt ‘Sans Feu Sans Flamme’ vrolijk door, al is het wachten tot Céline Dion vooraleer het allerbeste spel van Osselin terug op de voorgrond treedt. Pas daarna, in een scène die tegelijk aanvoelt als een grote finale en als een postscriptum, bestijgt ze ook de trapeze. Op een verfrissende manier is die act eerder een anticlimax dan een echt hoogtepunt, zeker omdat Osselin kort daarvoor haar credo herhaalt: geen risico, geen artrose, geen existentiële twijfels. We missen het gevaar niet, noch het vuur noch de vlammen, want in plaats daarvan krijgen we een iets te lange maar immer sympathieke straatshow die enkel Laure Osselin tot een goed einde kan brengen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz