Babusio Gadjo Dilo
Alles komt terug
Bram De Laere is honderd jaar te laat geboren. Eigenlijk had hij deel moeten uitmaken van de destijds legendarische circusfamilie Babusio. Nu moet hij het stellen met een handvol vergeelde foto’s in het archief van het Huis Van Alijn en een vergeten getuigenis. Uit dit intensieve onderzoek groeide de solovoorstelling ‘Babusio’, een hommage aan de traditionele clown. Passie en kennis genoeg bij De Laere, maar dit eerbetoon is een ketting van flauwe grappen vermomd als museumstuk.
Een houten ladder, een voorhamer, een strobezem en enkele jongleerballen slingeren rond op het gazon. In de hoek van het speelvlak staat een rode kever geparkeerd, die gekrompen lijkt in de was. Op het dak daarvan wacht een accordeon naast meerdere toeters en trommels om zichzelf te bespelen, het mechanisch orkest. Het clownspak van De Laere hangt te drogen aan een waslijn. Daarachter staat een imposante woonwagen te blinken als nieuw, ook al is het voertuig gebouwd in 1946. Een krakende ‘Czardas’ van Vittorio Monti weerklinkt uit de boxen.
De setting van ‘Babusio’ is allerminst verrassend, maar de entree van Bram De Laere is dat wel.
Vanop een oude poster slaan de muzikale clowns Eugène Babusio en Polly Bentos dit tafereel gade. Ze zullen de gezellige rommel zeker herkennen van hun eigen nomadenleven, maar ook circuskijkers van vandaag staan niet verbaasd van het nostalgische gipsydecor van ‘Babusio’. Talloze collega’s van De Laere – op straat of in de tent – halen inspiratie uit het klassieke circus. Volgen zij het spoor van artistieke wegbereider Danny Ronaldo? Zijn stempel op het Belgische circuslandschap is groot, maar waar deze meester in zijn laatste voorstellingen weemoedig terugblikt naar het verleden, was hij dertig jaar geleden juist de grote vernieuwer van de clownerie.
De setting van ‘Babusio’ is dus allerminst verrassend, maar de entree van De Laere is dat wel. Het raampje opent en de oude kromgebogen Archimée begroet het publiek. Voor dit personage draagt De Laere een vervormd pantalonemasker met een lange neus. Hij zou een ontsnapte figuur uit het Sprookjesbos van de Efteling kunnen zijn. Archimée belooft ons het ‘magisch verhaal, het mysterieus verhaal, het wonderbaarlijk verhaal’ van Circus Babusio. Niet dat van de pater familias Eugène, maar dat van zijn knecht Louis Van Brugge, een fictief personage. Ondanks de al te typische enscenering, vangt De Laere met zijn bizarre en ietwat groteske verteller de voorstelling anders dan anders aan.
Anachronisme
Helaas is er niets magisch, mysterieus of wonderbaarlijk aan de rest van de ‘Babusio’. Zodra de verteller verdwijnt, verschijnt Louis, een uitgeklede versie van Bram De Laere. Onbewust van zijn publiek, gebruikt hij poedelnaakt de latrine. Een doek hangt net op de juiste hoogte. Ook deze komische formule is niet nieuw in circus, maar een mogelijke blote artiestenkont weet de toeschouwers wel te captiveren. Tijdens de inleidende vertelling van Archimée was een deel van hen nog bezig met zich te installeren in de tribune. Hoezeer De Laere zich ook uitslooft, hij kan niet vermijden dat het publiek tijdens de voorstelling geregeld af- en terug inhaakt.
De slapstick is geen knoeiwerk. Wel hobbelt deze straatshow van grap naar grap zonder grotere opbouw.
Heel wervend is zijn materiaal echter niet. Nadat een vrijwilliger uit het publiek Louis helpt met aankleden, volgt een chaotische opeenvolging van routines, waaronder een stuntelig jongleernummer (inclusief trompetsolo’s) en koordlopen over de waslijn. Uit veel handelingen blijkt hoezeer De Laere het rijke clownsverleden kent, bewondert en eert. De onhandige, struikelende en botsende clown die hij zijn publiek presenteert behoort tot het collectief geheugen. Minder conventioneel is dat hij het ondeugende, eigengereide karakter van de august hijst in het kostuum van een pierrot. Bovendien praat De Laere met een dik Vlaams accent. Toch blijken die twists onvoldoende om de acts te bevrijden van een museaal karakter. Honderd jaar geleden rolde iedereen over de grond van het lachen bij de fratsen van deze clown, vandaag enkel de allerjongsten.
De slapstick is nochtans zeker geen knoeiwerk bij Bram De Laere. Wel hobbelt zijn straatshow van grap naar grap zonder grotere opbouw. Hetzelfde geldt voor het beloofde verhaal over Louis Van Brugge. Dat blijft volledig uit. Eerst brengt de clown met behulp van een geprepareerde handdoek zijn eigen schmink aan en toegegeven: dat is werkelijk een magisch moment. De daaropvolgende klucht met een koffiezet is een poging van De Laere om met filibusteren de lachers op zijn hand te zetten, maar het verhaal van Louis komt ook nadien niet van de grond. Hij probeert alleen maar zijn publiek te vermaken met circus en muziek. Geen avontuur, geen lotgevallen, geen evolutie, wederom geen verrassingen. ‘Babusio’ gaat simpelweg nergens naartoe.
Typerend voor dit probleem is de act met de gekrompen kever. Het is de meest uitgesproken knipoog naar de familie Babusio, die ook een nummer had met een kleine, weerbarstige auto. Louis plooit zijn lichaam dubbel om achter het stuur te kruipen. Elke gefaalde poging daartoe beantwoordt de trompet van het mechanisch orkest met een afgezaagd tekenfilmgeluidje. ‘Wa-wa-wa-waah!’ Desondanks is het koddig om de clown uiteindelijk te zien rondrijden in zijn omgebouwde go-kart, maar het voertuig wordt direct daarna weer aan de kant gezet voor een andere onuitgewerkte scène.
Misschien kan ‘Babusio’ nog groeien als De Laere zijn routines en publieksinteractie helemaal in de vingers heeft.
Rekent De Laere op het anarchistisch gedrag van de clown, die onvoorspelbaarheid in het bloed heeft, om weg te komen met zo’n gebrek aan focus? Misschien kan ‘Babusio’ nog groeien als De Laere zijn routines en zijn publieksinteractie helemaal in de vingers heeft, maar tot nader order mist deze hommage aan de gelijknamige clownsfamilie nog richting.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz