Onlangs ving ik een gesprek op tussen twee afgestudeerde acteurs. ‘Teksttheater’ moest terug uitgevonden worden, zo vonden ze, en zij voelden zich geroepen. Voor het eerst bedacht ik me dat ‘teksttheater’, een lelijk woord dat ooit bedacht is als subsidiecategorie, wél een nuttig woord is.
Wat deze jongemannen precies gingen heruitvinden, werd niet echt duidelijk. Maar het ging zeker niet om retorische gestes of poëtische zachtmoedigheid. Wel: theater dat wil zeggen waarover het gaat. “Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat”, zo zongen Freek de Jonge en Bram Vermeulen in 1978, in een vergeefse poging om het WK Voetbal in fascistisch Argentinië te boycotten. Misschien moet ‘teksttheater’ net dát zijn: allemaal zeggen waar het op staat.
Intussen gaan onze wielrenners wel naar het Rwanda van Kagame en vraagt de VRT op het Songfestival enkel een andere puntentelling. Tekst spreekt, theater toont, teksttheater demonstreert. Zoiets.